Off-spec olieproduct, wel een afvalstof (Gerechtshof Den Bosch)

27/11/2017

Na het “Shell-arrest” waarin het Europese Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2013:821) op 12 december 2013 arrest wees, en de zaak “Stena Weco” (ECLI:NL:RVS:2014:1157) waarin de Afdeling bestuursrechtspraak op 2 april 2014 een afwijkende uitspraak deed, volgt het Hof Den Bosch meen ik  meer de lijn van het EHvJ met betrekking tot de vraag of een off-spec olieproduct kwalificeert als afvalstof of niet. Op 15 november jl. werd off-spec stookolie dit keer wel als afvalstof gezien (ECLI:NL:GHSHE:2017:4849).

Het EHvJ oordeelde ten aanzien van een partij off-spec dieselolie (vermengd met MTBE) dat deze niet als afvalstof te gelden heeft, indien de partij olie wordt teruggegeven aan de leverancier tegen terugbetaling van de aankoopprijs en indien zeker is dat de partij ook, in de staat waarin die zich bevond op het moment van teruggave door de klant aan het concern, zonder bewerking op de markt worden verkocht, tegen een marktwaarde die nagenoeg overeenkwam met de prijs van het overeengekomen product. Alsdan is geen sprake van het ‘zich ontdoen van een afvalstof’.

In de Stena Weco uitspraak van de Afdeling werd aan het Shell arrest gerefereerd en was de uitkomst overeenkomstig, geen afval omdat verkoper de zaak terugnam (en de koper zich dus niet van de stof ontdeed). Anders dan bij de Shell-zaak ging de Afdeling bestuursrechtspraak voorbij aan de vraag of de partij stookolie door de leverancier nog wel zonder nadere bewerking verhandelbaar zou zijn als brandstof voor andere schepen. Te meer opmerkelijk omdat deze partij verontreinigd was met gehaltes DCPD en styreen.

In onderhavige zaak die voorlag aan het Hof Den Bosch, betrof het een partij stookolie die zodanige sedimentresten bevatte dat de motoren van het schip vastliepen (en waarbij het sedimentgehalte ook boven de norm werd gemeten). Het Hof oordeelt dat  weliswaar de partij stookolie door de leverancier is teruggenomen en de koopprijs is terugbetaald, maar dat de partij stookolie niet is teruggenomen met het oogmerk om deze weer op de markt te brengen. Het Hof betwijfelt ook of dat wel mogelijk was, gelet op het hoge gehalte aan sediment in de olie. Het Hof concludeert derhalve dat de leverancier zich heeft ontdaan van een partij niet bruikbare stookolie en deze als afvalstof kwalificeerde op het moment dat deze door verdachte, de koper, het uit het schip pompte (en verdachte derhalve een gevaarlijke afvalstof inzamelde zonder daartoe in het bezit te zijn van een inzamelvergunning voor deze afvalstoffen).

Het Hof Den Bosch lijkt hiermee meer in lijn met het arrest van het EHvJ dan de Afdeling bestuursrechtspraak op dit punt. Wellicht krijgt de Afdeling in hoger beroep nog een kans om op haar uitspraak inzake Stena Weco terug te komen.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *