Invorderingsperikelen – de aanmaning

16/08/2017

Het invorderen van verbeurde dwangsommen blijft ons bezighouden, zie ook eerdere nieuwsberichten op onze website. Nog een recente uitspraak hieromtrent die vermeldingswaard is (Rechtbank Amsterdam, 4 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4677).

Duidelijk is dat het invorderen van verbeurde dwangsommen niet zonder zorgen is. Nadat een verbeurte is vastgesteld dient binnen een jaar na datum van verbeurte een duidelijke invorderingsbrief te worden gestuurd, anders verjaart het recht op invordering. Vervolgens dient eveneens binnen die termijn een stuitingshandeling te worden verricht, want de invorderingsbeschikking is daarvoor niet voldoende. Meestal geschiedt het stuiten door middel van een aanmaning. Deze twee handelingen dienen volgens het systeem van de wet in beginsel te geschieden bij afzonderlijke brieven. Vage bewoordingen, onduidelijke brieven en acceptgiro’s met mis te verstane aanduidingen leiden tot verjaring van de mogelijkheid tot invordering.

Een aanmaning is een vorm van rechtsgeldige stuiting van de verjaring. Deze moet dan wel voldoen aan alle vereisten van artikel 4:112 Awb. Volgens het derde lid moet worden vermeld dat de invorderingskosten voor rekening komen van de schuldenaar. In de zaak waarnaar ik in de eerste alinea verwijs was wel gewaarschuwd voor invorderingskosten, maar was niet expliciet vermeld dat deze kosten voor rekening van schuldenaar zouden komen.

Deze vermelding is volgens de rechtbank een constitutief vereiste voor een geldige aanmaning en zo staat het ook in de wet inderdaad.