Bruine eimix gaat naar het Europese Hof van Justitie

29/01/2019

Bij uitspraak van 19 december 2018 heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden bij tussenarrest (ECLI:NL:GHARL:2018:11244) besloten préjudiciële vragen te stellen omtrent een interessante afstemmingskwestie tussen de Europese verordening overbrenging van afvalstoffen (EVOA) en de dierlijke bijproductenverordening (DBP Vo).

In het algemeen omvat het toepassingsbereik van de EVOA niet de overbrengingen conform de erkenningseisen van de DBP Vo. Kortom, DBP Vo gaat voor EVOA.

Het gerechtshof ziet zich onder meer gesteld voor de vraag of de EVOA zo moet worden gelezen dat daarmee ook overbrengingen van mengsels van dierlijke bijproducten en andere stoffen worden bedoeld, en – zo ja – of de mengverhouding tussen de dierlijke bijproducten en de andere stoffen een relevant punt is. Of verliest een dierlijk bijproduct het karakter van dierlijk bijproduct in de zin van de DBP Vo en wordt dit dierlijke bijproduct een afvalstof in de zin van de EVOA als gevolg van het mengen hiervan met een andere stof?

Wat is de relevantie van artikel 48, zesde lid, DBP Vo, waarin is vermeld dat een mengsel van dierlijke bijproducten en gevaarlijke afvalstoffen (bij vervoer) wel door de EVOA wordt bestreken (en dus mengsels met niet gevaarlijke afvalstoffen niet?).

Indien het mengsel (ook) door de EVOA wordt bestreken, had de partij als afvalstof met bijbehorende procedures over de grens moeten worden gebracht. Deze vraag speelt in het algemeen een rol aangezien de praktijk soms meent van een partij afval een partij dierlijk bijproduct te maken (wel eens beeldend aangeduid als: ik gooi er gewoon een fles melk bij) om de afvalregels te omzeilen.

We wachten op het EHvJ.