EHvJ – vervoer van afval/dierlijk bijproduct: Afstemming

24/07/2019

Het Europese Hof van Justitie heeft op 29 mei jl. een interessante uitspraak gedaan ten aanzien van de complexe afstemmingsregels tussen de Europese verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen (EVOA,) de Kaderrichtlijn afvalstoffen (KRA) en de Dierlijke bijproducten verordening (Dbp Vo.) (ECLI:EU:C:2019:443).
Na een lange verhandeling over het doel van de diverse regels en de te onderscheiden risico’s van enerzijds de overbrenging van afvalstoffen en anderzijds het vervoer van de diverse categorieën dierlijke bijproducten komt het EHvJ tot de volgende conclusie (die ik al steeds bepleit):

“Gelet op een en ander dient op de gestelde vragen te worden geantwoord dat artikel 1, lid 3, onder d), van verordening nr. 1013/2006 aldus moet worden uitgelegd dat de onder verordening nr. 1069/2009 vallende overbrengingen van dierlijke bijproducten van het toepassingsgebied van verordening nr. 1013/2006 zijn uitgesloten, behalve in de gevallen waarin verordening nr. 1069/2009 uitdrukkelijk voorziet in de toepassing van verordening nr. 1013/2006”.
Kortom, de Europese wetgever heeft wel degelijk bedoeld om een afzonderlijk kader te scheppen voor (het vervoer van) dierlijke bijproducten – in het geval deze ook als (overbrenging over de grens van) afvalstof zijn aan te merken uiteraard- in welk geval de EVOA buiten toepassing blijft, tenzij de Dbp Vo. dat bepaalt. Dat is bijvoorbeeld het geval als dbp worden overgebracht die tevens kwalificeren als gevaarlijk afval.