North Refinery Revisited#end-of-waste#vervolging curator

26/09/2019

Op 12 september jl. heeft de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2019:7450) de (arme) curator, die het in 2015 failliet verklaarde North Refinery mocht bestieren, en vanwege een verkoop van bedrijfsvoorraad vervolgd werd door het OM, vrijgesproken.

De curator had de door NR geproduceerde basisolie verkocht als blendmiddel aan de scheepvaartindustrie.

Uit een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, van 19 november 2014 (201311554/1/A4), in welke zaak ik optrad als gemachtigde, oordeelde de Afdeling dat het resultaat van bewerking bij North Refinery van afvalolie tot basisolie, de eind-afvalfase had bereikt. De bestemming van de basisolie in dat geding was smeerolie.

Blijkbaar heeft het OM gemeend dat bij de verkoop van de basisolie met een andere bestemming, het EoW-oordeel niet meer geldt (en zou op die verkoop en verhandeling over de grens de EVOA van toepassing zijn geweest). De rechtbank haalt vrij eenvoudig een streep door deze redenatie.

Ik verwacht dat het OM beroep zal instellen van deze uitspraak. Dat zou interessant zijn voor de rechtsontwikkeling, maar dat gun ik de curator niet.